‘Veel mensen weten niets van asbest’

BARNEVELD Al gaat het verbod op asbestdaken pas in 2024 in, wacht niet te lang met het verwijderen van asbest. Die oproep deed Gelders gedeputeerde Bea Schouten vorige week. Dick Rozendaal van Vink BV hoopt dat overheden en onderwijsinstellingen zelf de kwestie ook serieus nemen.

Edward Doelman

Dick Rozendaal werkt als coördinator kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu (KAM) en veiligheidskundige bij Vink, dat bij veel sloopprojecten op asbest stuit. Ook in de verwerking speelt het Barneveldse bedrijf een voorname rol. Het gesaneerde asbest wordt dubbel verpakt in folie en door veel asbestverwijderaars aangeboden aan de afvalverwerking aan de Wencopperweg. ,,Met asbest hebben we een product toegepast dat we op dit moment niet op een duurzame wijze kunnen afbreken of hergebruiken”, weet Rozendaal.

 

Om maar even met de basis te beginnen: Wat weten we eigenlijk van asbest?

,,Asbest is een delfstof, een natuurproduct met een paar belangrijke kenmerken: sterk, vuurbestendig, goedkoop ook. Al die eigenschappen zijn heel belangrijk geweest in de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Veel daken en schuren zijn opgebouwd uit cement, vermengd met asbestvezels. We hebben ons land voor grote delen weer opgebouwd uit asbest.´´

 

Veel mensen zullen zich vooral druk maken over het feit dat asbest kankerverwekkend is.

,,Ja, dat is natuurlijk ook waar. Een asbestvezel kan tot de longen doordringen, waar door celdeling uiteindelijk een tumor kan ontstaan, soms wel dertig of veertig jaar later. Ondanks zo’n lange ‘incubatietijd’ kunnen doktoren vandaag de dag vaststellen dat ingeademde asbestvezels de boosdoeners zijn. Het is daarom niet verwonderlijk dat men in 1993 het bouwen met asbest verboden heeft. Aan de andere kant moeten we ook niet doorslaan. Ten eerste is asbest veelal hechtgebonden aanwezig, bijvoorbeeld in cement, waarmee de kans op het vrijkomen van vezels kleiner is. Daarnaast is het zo dat niet alle vrije vezels ingeademd kunnen worden. Het probleem met asbest is echter dat grote vezels en vezelbundels blijvend kunnen splitsen en uiteindelijk wel inadembaar worden en een risico vormen.´´

 

Hoe kijkt u tegen het verbod op asbestdaken aan, dat ingaat in 2024?

,,Ik denk dat het eerst handig is om het verschil aan te geven. Het verbod is dus niet van toepassing op inpandige toepassingen. Pakkingen bij installaties, achter openhaarden of geizers; asbest is ook verwerkt in veel apparatuur die in elk willekeurige huishouden te vinden zijn. Als open haarden gedemonteerd worden, kan het ook vrijkomen. Dat weten veel mensen vermoedelijk niet.´´

 

Ik dacht inderdaad eerder aan asbesthoudende golfplaten op veel boerenschuren en industrieterreinen.

,,Daar is het verbod dat ingaat op 2024 ook op van toepassing. In Nederland liggen inderdaad nog ontzettend veel asbestdaken, waar het asbest binnen nu en zeven jaar vanaf moet. Dat lijkt nog ver weg, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het tempo van de asbestverwijdering omhoog zou moeten. Er zijn op dit moment nog meer daken dan capaciteit. Voor asbestverwijderingsbedrijven is er de aankomende jaren nog voldoende te doen.´´

 

Is het verbod in 2024 haalbaar?

,,Dat ligt er de komende jaren aan. Ik heb het ook niet helemaal in kaart, maar ik ben ervan overtuigd dat er wel een inhaalslag gemaakt moet worden. Wat we verder wel zien is dat op het verbod ook aangestuurd wordt, bijvoorbeeld door verzekeringsmaatschappijen. Ligt er na 2024 nog asbest op je dak, dan ben je niet meer verzekerd.´´

 

Boeren en ondernemers moeten dus investeren in asbestsanering?

,,Zo is het, maar ze investeren hiermee ook in duurzaamheid. Ik denk dat iedereen dat graag wil, maar het is een kostbare aangelegenheid, omdat het technisch en arbeidsintensief werk is. De regelgeving is heel scherp. Logisch natuurlijk, want de veiligheid en gezondheid van werknemers zijn in het geding.´´

 

Hoe werkt het dan in de praktijk?

,,Als wij bij de sloop van een pand op asbest stuiten of er een vermoeden van hebben, schakelen we een externe partij in, die onderzoek doet en dat vervolgens wel of niet vaststelt.

De medewerkers die vervolgens aan de slag gaan, moeten een pak dragen waarmee alle contact tussen hun lichaam en de oppervlakte voorkomen wordt. Via een speciaal masker kan er geademd worden met schone lucht. De procedures eromheen zijn nog scherper. Is iemand klaar, dan doet hij het pak uit in een speciale cabine. Vervolgens wordt er gedoucht en mogen zij hun eigen kleding weer aan. Ook voor een koffiepauze of de schaft wordt dezelfde procedure gevolgd. Asbestverwijderaars douchen gemiddeld zo’n drie tot vier keer op een werkdag.´´

 

Nu begin ik ook te begrijpen dat het een kostbaar verhaal is.

,,Precies, dat is bijvoorbeeld een obstakel voor veel boeren, die het de afgelopen jaren al flink voor de kiezen kregen. Niet alleen zijn de marges in de veehouderij naar beneden gegaan, ook hebben ze geïnvesteerd in bijvoorbeeld dierenwelzijn.

Als je dan nog een flinke stal met een oppervlakte van 10.000 vierkante meter met asbestdak hebt, dan kun je je wel indenken dat het kostenplaatje hoog is. Om die reden worden die investeringen misschien uitgesteld. Ook stoppen veel boeren ermee. Het is dan de vraag wat er met het asbestdak gaat gebeuren. Een mogelijkheid is om het asbestdak te verwijderen en daarna zonnepanelen te plaatsen.´´

 

Maar er is ook een subsidiepot van het Rijk. Is dat voldoende?

,,Van die subsidies wordt inderdaad veel gebruik gemaakt. De pot raakt langzaam leeg. Wie er nu een beroep op doet, kan vermoedelijk pas volgend jaar aanspraak maken op de subsidie, simpelweg omdat voor 2017 inmiddels al een beroep gedaan is op het beschikbare budget. Het gaat hard.´´

 

Wat is de rol van de gemeente en provincie in dit verhaal?

,,Ik zie een paar rollen, die nu nog niet zo actief worden opgepakt, behalve dan dat de provincie vorige week voor de kwestie waarschuwde. Daar is op zich niets mis mee, maar zij heeft ook een sleutel in handen voor dit thema. Bijvoorbeeld op het gebied van voorlichting naar bedrijven en particulieren. Veel mensen weten weinig of niets van asbest. Wie per ongeluk een oude en verweerde plaat in een schuurtje uit een hoek vandaan trekt, kan in één klap ervoor zorgen dat de asbestdeeltjes zich gaan verspreiden in het schuurtje, met alle risico’s die erbij horen. In die voorlichting zie ik een duidelijke rol weggelegd voor overheden.

Een ander thema is de aanwas van medewerkers in de sector. Die ligt laag, onder meer door het negatieve imago dat aan het werk kleeft en de bijna onhaalbare eisen. Maar asbestverwijdering is mooi en veilig werk, ook voor de gezondheid. Verwijderaars lopen minder risico dan iemand die naast een verweerd schuurtje woont waar asbestdeeltjes vrij spel hebben. Dat is geen onzin, maar daar ben ik echt van overtuigd. Willen we al het asbest op tijd verwijderd krijgen, dan moeten we met z’n allen het beroep hip maken. De juiste voorlichting op scholen en in de maatschappij is dus belangrijk, liefst nog zo snel ook. Want alleen met meer mensen is het mogelijk om Nederland binnen de gestelde termijn veiliger te maken.´

Bron: http://barneveldsekrant.nl/zakelijk/veel-mensen-weten-niets-van-asbest-221513

Asbestbranden: wie is verantwoordelijk voor het opruimen en wie gaat dat allemaal betalen?

Waar iedereen het over eens zal zijn, is dat bij een brand vrijgekomen asbestdeeltjes op de kortst mogelijke termijn dienen te worden opgeruimd. En daar zitten (soms) wel wat juridische haken en ogen aan. 

Indien degene die tot het opruimen verplicht kan worden geacht, dit nalaat, beschikt de overheid over een (noodzakelijk) snel instrumentarium om het opruimen af te dwingen. Via de last onder bestuursdwang kan het opruimen worden afgedwongen met als stok achter de deur dat de overheid het anders zelf doet op kosten van degene tot wie de last onder bestuursdwang werd gericht. Voor het toepassen van deze bestuursdwang dient er wel sprake te zijn van een overtreding van een wettelijke bepaling door van het niet opruimen door degene die daartoe een verplichting heeft.

Brand gewoed in een bedrijf
Dat is niet zo’n moeilijke kwestie indien de brand heeft gewoed in een bedrijf. Er is dan vaak sprake van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) en art. 17.1 Wm bepaalt dat bij ongewone voorvallen de drijver van de inrichting de verplichting heeft om onmiddellijk de maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om de gevolgen van dat voorval te voorkomen, te beperken en/of ongedaan te maken. De Afdeling Bestuursrecht spraak van de Raad van State (ABRvS) heeft al meerdere keren bepaald dat een dergelijke (asbest)brand is aan te merken als een ongewoon voorval in de zin van deze bepaling en dat de drijver van de inrichting die nalaat maatregelen te treffen (op zijn minst bestaand uit het opdracht geven de vrijgekomen asbest te verwijderen) zijn verplichting uit art. 17.1 Wm niet nakomt en kan worden aangemerkt als overtreder. En dan kan dus worden opgetreden door middel van bestuursdwang.

Brand gewoed in inrichting zoals een loods
Als er geen sprake is van een inrichting dan kan onder omstandigheden de algemene zorgplichtbepaling van art.1.1a Wm voor de overheid soelaas bieden. Ingevolge deze bepaling is een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. De ABRvS heeft in april 2014 nog eens bepaald dat de eigenaar van een loods die na een brand waarbij asbest is vrijgekomen, nalaat direct maatregelen te treffen, kan worden aangemerkt als overtreder van art. 1.1a Wm. Bestuursdwang is dus eveneens in deze situatie mogelijk, ook al treft de betrokkene geen blaam.

Asbest op terrein door brand
Maar wat nu indien de asbest(deeltjes) terecht komen op het terrein (tuin of gebouw) van iemand die met de brand of de plek waar de brand is geweest, geen enkele relatie heeft. Dat kan bijvoorbeeld een particuliere eigenaar zijn of een woningcorporatie. Deze kan er niets aan doen dat er brand is geweest, het was ook niet op zijn terrein, maar hij wordt wel geconfronteerd met een asbestbesmetting. Kan hij dan ook worden gedwongen om de asbest van zijn eigendom te (laten) verwijderen?
Dat blijkt inderdaad het geval te zijn en als dat al niet het geval zou zijn op basis van het hierboven genoemd art. 1.1a Wm, dan in elk geval op basis van de Woningwet. Deze wet kent in art. 1a de verplichting voor de eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein, ervoor zorg te dragen dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. De ABRvS heeft in 2014 nog eens geoordeeld dat het daarbij niet uitmaakt of die eigenaar handelingen heeft verricht of nagelaten die het bouwwerk, open erf of terrein in een staat hebben gebracht die gevaar voor de gezondheid met zich meebrengt. Het doet er dus niet toe dat de eigenaar met de brand (en de plaats ervan) helemaal niets te maken heeft. Indien hij nalaat maat regelen te nemen en de ontstane gevaar zettende situatie laat voort duren, overtreedt hij art.1a Woningwet. Er kan dan bestuursdwang worden toegepast door de gemeente.

Niet altijd zeker dat kosten kunnen worden verhaald
Het komt er dus op neer dat in vrijwel alle gevallen de gemeente door het toepassen van bestuursdwang kan optreden in het geval van asbestbranden. Ook de eigenaar van aanpalende percelen van de brandlocatie kan zich geconfronteerd zien met een enorme kosten post voor een gebeurtenis waar hij helemaal niets mee te maken heeft gehad. Of hij de kosten dan weer kan verhalen op een andere partij, valt vervolgens nog maar te bezien.

Zo kun je dus terechtkomen in de situatie waarin je niet je billen hebt verbrand, maar wel op de blaren moet zitten.

 

Dit artikel komt uit vakblad Asbestmagazine – editie april 2016.

Auteur: Dr.mr. L.E.M. Hendriks Advocaat bij Wyck Advocaten te Maastricht en raadsheer plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitstel invoering Asbestdakenverbod 2024 jammer, maar zinvol

Op 3 februari 2016 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer bericht dat de juridische verankering van het Asbestdakenverbod per 2024 pas per 1 juli 2017 zal plaatsvinden. Dat is 1,5 jaar later dan verwacht. De reden is dat er voor een goede handhaafbaarheid van het verbod een steviger wettelijke basis nodig is.

De asbestverwijderingsbranche heeft de achterliggende jaren regelmatig de aandacht gevraagd voor de handhaafbaarheid van het Asbestdakenverbod. Begin vorig jaar is daarop in de zienswijze naar aanleiding van het ontwerpbesluit Asbestdakenverbod (VERAS; maart 2015) ook gewezen. Het is jammer dat door Staatssecretaris Dijksma pas nu wordt onderkend dat (alleen) de sober geformuleerde verbodsbepaling in het Asbestverwijderingsbesluit2005 onvoldoende is voor een effectief verbod per 2024.Echter, de branche is er wel blij dat er een gemeenschappelijk inzicht is op dit punt.

In de Position Paper “Samen werken aan een veilig, gezond en beheersbaar Asbestdakenverbod”

(november 2015) zijn door ons diverse concrete voorstellen gedaan om de handhaafbaarheid van het

Asbestdakenverbod te bevorderen. Het betreft onder meer de volgende voorstellen.

  • Meldingsplicht voor dakeigenaren per 31-12-2016
    Alleen een Asbestdakenverbod per 2024 zal onvoldoende prikkel opleveren. Bovendien kan de handhaving dan pas starten per 2024 en daarmee wordt het beleidsdoel zeker niet bereikt. Wij pleiten daarom voor een meldingsplicht. Verplicht dakeigenaren om uiterlijk 31 december 2016 hun asbestdak te melden. Op deze manier is de gebouweigenaar vroegtijdig bij het bevoegd gezag bekend en kan deze tussentijds worden aangesproken op de verplichting het asbestdak te verwijderen. Bovendien ontstaat er hierdoor een totaalbeeld in het werkelijk areaal aan asbestdaken. Door dit te koppelen aan het systeem van sloopmeldingen kan er gerichte monitoring plaatsvinden van de voortgang van het Asbestdakenverbod en kan er tussentijds worden bijgestuurd.
  • Duidelijkheid over handhaving per 2024
    Verder is van belang om dakeigenaren nu al duidelijkheid te verschaffen in de sanctie indien niet tijdig is voldaan aan het Asbestdakenverbod. Interessante gedachte is om nu al de sanctie wettelijk te bepalen, bijvoorbeeld een dwangsom die van rechtswege wordt verbeurd indien niet tijdig aan het Asbestdakenverbod is voldaan.
  • Duidelijkheid over wettelijk kader voor asbestverwijdering asbestdaken
    Asbestverwijdering is werk voor professionals. Bouw voort op de bestaande keten van asbestinventarisatie, gecertificeerd asbestverwijderen en eindbeoordeling. Dat is essentieel voor de beheersbaarheid en controleerbaarheid van een veilige en gezonde verwijdering van asbestdaken.

Wij roepen de Staatssecretaris op om de extra tijd te gebruiken om niet alleen de wettelijke grondslag te veranderen, maar om ook met concrete voorstellen voor een handhaafbaar verbod te komen zoals hierboven genoemd. Verder is van groot belang dat de Staatssecretaris er geen misverstand over laat bestaan dat het verbod per 2024 zal gelden. Acties rondom communicatie en een doordacht stimuleringsbeleid moeten niet wachten tot na 2017.

Toezicht op het verbod op asbestdaken: schone taak of hopeloze zaak?

Asbestdaken op woningen en bedrijfspanden moeten vanaf 2024 voorgoed tot het verleden behoren. De 29 omgevingsdiensten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op asbestverwijdering. Een onmogelijke opgave of een kwestie van de schouders eronder?

Ieder jaar overlijden meer dan 1.000 Nederlanders aan de gevolgen van asbest. Het materiaal kan zitten in bijvoorbeeld golfplaten, vloerbedekking en schoorsteenpijpen. Oude daken die door de jaren heen zijn aangetast door weer en wind kunnen de giftige asbestvezels in de atmosfeer brengen. Met alle gezondheidsrisico’s van dien – van stoflongen tot longkanker. Om mens en milieu te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van blootstelling aan asbest, zijn asbestdaken over 8 jaar in Nederland verboden. Dat lijkt nog ver weg, maar het verbod betekent een flinke klus waar toezichthouders zich nu al op voor moeten bereiden.
Hoe staat het toezicht op asbestdaken er nu voor?

“De aanpak van asbestdaken is lastig voor toezichthouders, omdat er geen gelijk speelveld is. Het toezicht hoort thuis bij de omgevingsdiensten, maar niet alle gemeenten hebben die taak daar al ondergebracht”, zegt Otto Hegeman van OOM Milieumanagement, die samen met een aantal omgevingsdiensten een handboek voor een uniforme asbestaanpak opstelde. “Bovendien zijn er uiteenlopende overheidsinstanties betrokken, die elk vanuit het eigen perspectief beleid ontwikkelen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu gaat over het asbestverbod, Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt zich bezig met certificering van asbestverwerkende bedrijven en het ministerie van Binnenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de communicatie over vergunningvrij bouwen.”

Die versnippering komt de gezamenlijke ketenaanpak niet ten goede, zegt ook Nico Hulsman van Omgevingsdienst IJmond. “Er zijn allerlei instanties die een vinger in de pap hebben. Daardoor ontbreekt een gemeenschappelijk plan voor de aanpak van asbestdaken, dat antwoord geeft op vragen zoals: Hoe zorgen we voor voldoende budget en capaciteit en prioriteit voor handhaving? Hoe gaan we planmatig te werk? Hoe kopen we asbestverwijdering efficiënt in?”

De Omgevingsdienst IJmond heeft het initiatief genomen om met alle omgevingsdiensten via een landelijke ‘werkkamer asbest’ een gezamenlijk uitvoeringsprogramma te ontwikkelen. “Een effectieve aanpak van asbestdaken begint met het inzichtelijk maken van het probleem en het coördineren van mogelijke oplossingen. Dat is onze primaire verantwoordelijkheid”, benadrukt Herbert Dekkers van Omgevingsdienst IJmond. “Daarom inventariseren we in alle gemeenten in onze regio waar zich asbestdaken bevinden. De gemeente kan vervolgens de omvang en het risico van het probleem inschatten. Ook voorzien we andere partners, zoals de Veiligheidsregio, van informatie. Zo stellen we hulpdiensten die uitrukken voor een brand, in staat proactief te reageren op de mogelijke aanwezigheid van asbest in de brandhaard. Anders heb je voordat je het weet paniek in de tent. Want asbest is emotie.”

Hoe kan het toezicht op asbestdaken verbeteren?

Er is dringend behoefte aan een landelijke aanpak, aldus Hegeman. “Een landelijk uitvoeringsprogramma kan de basis vormen voor de aanpak van de hoog-risicolocaties. Denk aan vervallen schuren in de buurt van woonwijken; als daar een brand uitbreekt is het risico voor de volksgezondheid enorm.” Bovendien kan de financiële schade in de miljoenen lopen. De schadepost van de asbestaffaire in de Utrechtse wijk Kanaleneiland bedroeg alleen al voor de corporatie 11 miljoen euro.

“Het is in de BV Nederland altijd lastig om een regisseur met doorzettingsmacht aan het werk te zetten. Maar om te voorkomen dat iedereen afwachtend naar elkaar blijft zitten kijken, is zo’n regisseur wel nodig”, vult Dekkers aan. “Het maakt mij niet uit of die afkomstig is uit een vereniging van omgevingsdiensten, de VNG of het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Als er maar een sense of urgency ontstaat over toezicht op élke stap in de asbestketen.” Naast intensieve samenwerking pleit Herbers ook voor een genuanceerd debat. “Zodat we het probleem objectief vaststellen – en het niet groter maken dan het is, zoals asbestbedrijven geneigd zijn te doen.” Deskundigen zijn het erover eens dat asbestverwijdering veilig en milieuvriendelijk is uit te voeren als het volgens de regels verloopt.

Wat gaat er al goed?

“Een grote winst: het onderwerp asbest staat bij alle omgevingsdiensten op de agenda. Er is bovendien al steeds meer samenwerking”, zegt Hulsman. Zo zijn pilots in Noord-Holland en Gelderland uitgegroeid tot reguliere uitvoerings- of casusoverleggen. Daarin bespreken omgevingsdiensten samen met onder andere de Inspectie SZW, ILT en politie prioriteiten in de aanpak, bijvoorbeeld als het gaat om handhaving bij asbestverwijderingsbedrijven. Die werkwijze breidt zich nu langzaam uit naar andere regio’s.
Hegeman ziet dat vooruitstrevende omgevingsdiensten ook best practices ontwikkelen. “In Brabant-Noord zijn acht mensen in dienst die gespecialiseerd zijn in asbest. Door hun advies, ondersteuning en handhaving weten asbestverwerkende bedrijven in de regio precies waar ze aan toe zijn – en hoe er wordt opgetreden tegen overtredingen.”

Met de inzet van gespecialiseerde toezichthouders vanuit de omgevingsdienst is het asbesttoezicht steviger verankerd dan in het verleden, toen de taken door gemeenten werden uitgevoerd (zie kader). “Er begint een landelijk dekkend netwerk van asbesttoezicht te ontstaan”, vult Dekkers aan. “In IJmond werken we al drie jaar met een casusoverleg en die aanpak begint zich overal in het land te ontwikkelen. Zo’n overlegstructuur zorgt ervoor dat omgevingsdiensten een eenduidige aanpak volgen. Maar ook dat er tussen alle partners vertrouwen ontstaat in elkaars kennis en kunde – en dat er goede samenwerkingsafspraken worden gemaakt.”

Zijn asbestdaken in Nederland in 2024 uitgebannen?

“Bij het verbod op asbestdaken gaat het om een grote operatie. Willen we daarvan een succes maken, dan is een uniforme, heldere, efficiënte en effectieve aanpak een must”, benadrukt Dekkers van Omgevingsdienst IJmond. “Wij pleiten voor een integrale aanpak van de hele asbestketen. Want met het verwijderen van een asbestdak is het probleem nog niet opgelost. Ook bij het vervoeren en vernietigen doet zich het risico voor dat asbestdeeltjes in de lucht terechtkomen. Als het toezicht daarop niet planmatig wordt aangepakt, krijgen we geheid te maken met uitwassen. Mensen die zelf een dak gaan verwijderen en het materiaal illegaal dumpen. Of boeren die een gebouw in brand steken om er maar vanaf te zijn.” Verzekeraars houden al serieus rekening met dit soort risico’s en schrappen steeds vaker de dekking voor asbestschade uit aansprakelijkheidsverzekeringen.

Hegeman van OOM Milieumanagement waarschuwt ook voor dilemma’s waarmee toezichthouders in de nabije toekomst te maken zullen krijgen. “Het is te verwachten dat in 2024 nog heel veel burgers en bedrijven asbestdaken zullen hebben. Hoe gaan toezichthouders daar tegen optreden? Het is mogelijk om een last onder dwangsom op te leggen, maar niet iedereen kan de verwijdering van een asbestdak betalen. En van een kale kip valt nu eenmaal niet te plukken.” Volgens Hulsman is het dan ook essentieel dat omgevingsdiensten – en andere toezichthouders – snel en daadkrachtig aan de slag gaan. “We moeten het publiek informeren dat het verbod op asbestdaken eraan komt. En we moeten ook nu al beginnen met de uitvoering van preventieve handhaving. 2024 klinkt nog ver weg maar gezien de omvang, ernst en hardnekkigheid van het probleem hebben we geen tijd te verliezen.”

Toezicht op de asbestketen

Het toezicht op asbestdaken was jarenlang een taak van de afdelingen Bouw- en Woningtoezicht of Milieutoezicht van gemeenten. Sinds 2013 is het toezicht belegd bij de omgevingsdiensten. Bij elk onderdeel van de keten – van het opsporen tot het verwijderen en afvoeren van asbest – zijn verschillende instanties betrokken. Van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) tot Openbaar Ministerie, politie en regionale uitvoeringsdiensten. De omgevingsdiensten vervullen hierin een regierol.
De naleving van de asbestregels is al jarenlang een punt van zorg. Bureau Bartels constateerde in 2010 dat het verwijderen van asbest in 50 tot 80 procent van de gevallen illegaal gebeurt. Reden voor de fraude is vooral kostenbesparing: saneringen zijn duur en het aantal asbestdaken in Nederland is groot.
Eerder al, in 2008, publiceerde de Rekenkamer een uiterst kritisch rapport over het toezicht in de asbestbranche. Zo zouden certificatie-instellingen bij de controle van de asbestverwerkende bedrijven nogal eens een oogje dichtknijpen. Bovendien zouden gemeenten de handhaving van de regelgeving geen prioriteit geven.
De versterking van de ketenhandhaving die sindsdien is ingezet richt zich op drie thema’s: het verbeteren van het bewustzijn van de problematiek bij burgers en bedrijven, en het ondersteunen van procedures rond asbestverwijdering; het versterken van certificering voor asbestverwerking en -sanering; en het afstemmen van toezicht en opsporing. Initiatieven zoals casusoverleggen en het Landelijk Asbestvolgsysteem zijn bedoeld om het uitwisselen van asbestinformatie tussen al deze partijen eenvoudiger en transparanter te maken.

Particuliere opdrachtgever krijgt taakstraf voor illegale asbestsanering

Een particulier die zelf zijn Wassenaarse villa van asbest heeft ontdaan, heeft van de Haagse rechtbank een taakstraf gekregen van 200 uur of drie maanden celstraf. Niet alleen heeft hij zichzelf in gevaar gebracht met deze werkwijze, maar ook andere mensen die in het huis werkten. Tevens werd door de rechtbank valsheid in geschrifte bewezen.

In november 2012 kreeg de Inspectie SZW een melding dat in een Wassenaarse villa op niet juiste wijze asbest zou zijn verwijderd. Uit een asbestinventarisatie van zijn villa bleek dat er asbest in het huis zat. Volgens de wet moet dat door een gecertificeerd bedrijf worden verwijderd. Gezien de kosten om dit door een gecertificeerd bedrijf te laten doen, besloot de eigenaar het asbest door een niet-gecertificeerd bouwbedrijf te laten verwijderen danwel zelf de handen uit de mouwen te steken.

Daar hij een sloopvergunning wilde aanvragen voor het pand, moest het pand ‘asbestvrij’ verklaard worden. Door hem werd een tweede inventariseerder ingeschakeld. Bij het verlenen van de opdracht gaf de particulier aan dat er geen asbest in het pand aanwezig was of was geweest. Tijdens dit tweede onderzoek bleek echter dat er in het pand nog op diverse plaatsen asbestrestanten waren die hij wederom trachtte zelf weg te halen. Uiteindelijk schakelde hij een derde inventarisatiebureau in.

Dit bureau trof visueel geen asbest meer aan en maakte een rapport waarin stond dat er geen asbest meer aanwezig was. Nadat inspecteurs van de Inspectie SZW kennis hadden genomen van deze praktijken is er een onderzoek gestart. Dit onderzoek is op enig moment overgedragen aan de politie Haaglanden.

Omdat de eigenaar met deze werkwijze tegen de wet in handelde en hiermee niet alleen zijn eigen gezondheid maar ook die van anderen in gevaar heeft gebracht, heeft hij nu een taakstraf gekregen van 200 uur of drie maanden naar de gevangenis. Daarnaast heeft hij nog vier maanden voorwaardelijk gekregen.

Niet alleen de eigenaar is overigens veroordeeld. De werkvoorbereider van een bouwbedrijf en het bouwbedrijf hebben respectievelijk 80 uur taakstraf en een € 15.000,- boete gekregen. Zij waren volgens de rechtbank op de hoogte van deze verkeerde werkwijze en hebben meegewerkt aan het bemiddelen tussen particulier en inventariseerders.