Asbestbranden: wie is verantwoordelijk voor het opruimen en wie gaat dat allemaal betalen?

Waar iedereen het over eens zal zijn, is dat bij een brand vrijgekomen asbestdeeltjes op de kortst mogelijke termijn dienen te worden opgeruimd. En daar zitten (soms) wel wat juridische haken en ogen aan. 

Indien degene die tot het opruimen verplicht kan worden geacht, dit nalaat, beschikt de overheid over een (noodzakelijk) snel instrumentarium om het opruimen af te dwingen. Via de last onder bestuursdwang kan het opruimen worden afgedwongen met als stok achter de deur dat de overheid het anders zelf doet op kosten van degene tot wie de last onder bestuursdwang werd gericht. Voor het toepassen van deze bestuursdwang dient er wel sprake te zijn van een overtreding van een wettelijke bepaling door van het niet opruimen door degene die daartoe een verplichting heeft.

Brand gewoed in een bedrijf
Dat is niet zo’n moeilijke kwestie indien de brand heeft gewoed in een bedrijf. Er is dan vaak sprake van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) en art. 17.1 Wm bepaalt dat bij ongewone voorvallen de drijver van de inrichting de verplichting heeft om onmiddellijk de maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om de gevolgen van dat voorval te voorkomen, te beperken en/of ongedaan te maken. De Afdeling Bestuursrecht spraak van de Raad van State (ABRvS) heeft al meerdere keren bepaald dat een dergelijke (asbest)brand is aan te merken als een ongewoon voorval in de zin van deze bepaling en dat de drijver van de inrichting die nalaat maatregelen te treffen (op zijn minst bestaand uit het opdracht geven de vrijgekomen asbest te verwijderen) zijn verplichting uit art. 17.1 Wm niet nakomt en kan worden aangemerkt als overtreder. En dan kan dus worden opgetreden door middel van bestuursdwang.

Brand gewoed in inrichting zoals een loods
Als er geen sprake is van een inrichting dan kan onder omstandigheden de algemene zorgplichtbepaling van art.1.1a Wm voor de overheid soelaas bieden. Ingevolge deze bepaling is een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. De ABRvS heeft in april 2014 nog eens bepaald dat de eigenaar van een loods die na een brand waarbij asbest is vrijgekomen, nalaat direct maatregelen te treffen, kan worden aangemerkt als overtreder van art. 1.1a Wm. Bestuursdwang is dus eveneens in deze situatie mogelijk, ook al treft de betrokkene geen blaam.

Asbest op terrein door brand
Maar wat nu indien de asbest(deeltjes) terecht komen op het terrein (tuin of gebouw) van iemand die met de brand of de plek waar de brand is geweest, geen enkele relatie heeft. Dat kan bijvoorbeeld een particuliere eigenaar zijn of een woningcorporatie. Deze kan er niets aan doen dat er brand is geweest, het was ook niet op zijn terrein, maar hij wordt wel geconfronteerd met een asbestbesmetting. Kan hij dan ook worden gedwongen om de asbest van zijn eigendom te (laten) verwijderen?
Dat blijkt inderdaad het geval te zijn en als dat al niet het geval zou zijn op basis van het hierboven genoemd art. 1.1a Wm, dan in elk geval op basis van de Woningwet. Deze wet kent in art. 1a de verplichting voor de eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein, ervoor zorg te dragen dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. De ABRvS heeft in 2014 nog eens geoordeeld dat het daarbij niet uitmaakt of die eigenaar handelingen heeft verricht of nagelaten die het bouwwerk, open erf of terrein in een staat hebben gebracht die gevaar voor de gezondheid met zich meebrengt. Het doet er dus niet toe dat de eigenaar met de brand (en de plaats ervan) helemaal niets te maken heeft. Indien hij nalaat maat regelen te nemen en de ontstane gevaar zettende situatie laat voort duren, overtreedt hij art.1a Woningwet. Er kan dan bestuursdwang worden toegepast door de gemeente.

Niet altijd zeker dat kosten kunnen worden verhaald
Het komt er dus op neer dat in vrijwel alle gevallen de gemeente door het toepassen van bestuursdwang kan optreden in het geval van asbestbranden. Ook de eigenaar van aanpalende percelen van de brandlocatie kan zich geconfronteerd zien met een enorme kosten post voor een gebeurtenis waar hij helemaal niets mee te maken heeft gehad. Of hij de kosten dan weer kan verhalen op een andere partij, valt vervolgens nog maar te bezien.

Zo kun je dus terechtkomen in de situatie waarin je niet je billen hebt verbrand, maar wel op de blaren moet zitten.

 

Dit artikel komt uit vakblad Asbestmagazine – editie april 2016.

Auteur: Dr.mr. L.E.M. Hendriks Advocaat bij Wyck Advocaten te Maastricht en raadsheer plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.